Een maansverduistering is geen bedekking of overgang, maar een échte verduistering: de zichtbaarheid van de maan vermindert omdat de maan in de schaduw van de aarde terechtkomt. Het betreft dus een "objectief" verschijnsel dat niet afhankelijk is van de positie van de waarnemer. Iedereen die de maan ziet op het ogenblik van een maansverduistering, kan dit fenomeen vaststellen.
Terwijl zoneclipsen plaatsvinden bij nieuwe maan, vinden maansverduisteringen plaats bij volle maan. Bovendien moet de maan in de buurt van een knoop staan. Net zoals voor zoneclipsen is hier ook een marge, maar om een andere reden: de doorsnede van de schaduwkegel van de aarde ter hoogte van de maanbaan is dermate groot, dat zon, aarde en maan niet precies op één lijn hoeven te staan. Ook voor maansverduisteringen is er dus sprake van eclipsseizoenen.
Bij een totale maansverduistering is de maan toch nog zichtbaar: zonlicht afkomstig van de dagzijde van de aarde bereikt door verstrooiing in de atmosfeer van de aarde de maan en wordt gedeeltelijk teruggekaatst. Een totaal verduisterde maan is koperrood tot donkerbruin van kleur, afhankelijk van hoeveel stof er in de atmosfeer zit (bijvoorbeeld ten gevolge van vulkaanuitbarstingen).
De hoeveelheid licht die de maan kan bereiken in de bijschaduw neemt geleidelijk af in de richting van de kernschaduw. Daarom is de grens tussen het verduisterde en niet verduisterde deel van een gedeeltelijk verduisterde maan niet scherp, dit in tegenstelling tot bij een gedeeltelijke zonsverduistering.
Bij een maansverduistering in de bijschaduw vermindert de intensiteit van het (volle) maanlicht een beetje. In de praktijk is dat echter nauwelijks merkbaar.
Gedeeltelijke maansverduistering
Totale maansverduistering
Maan diep in de aardschaduw
Net zoals voor zoneclipsen kunnen er tijdens één jaar 2 tot 5 maansverduisteringen plaatsvinden. Een blik op de tabel met eclipsen maakt echter onmiddellijk duidelijk dat veel maansverduisteringen weinig zoneclipsen impliceert, veel zoneclipsen weinig maansverduisteringen.
Het minimum aantal samen bedraagt 4; noodzakelijk gaat het dan om 2 zoneclipsen en 2 maansverduisteringen. Het maximaal aantal samen bedraagt 7; het gaat dan om 2 zoneclipsen en 5 maansverduisteringen, 5 zoneclipsen en 2 maansverduisteringen (zoals in 1935), 3 zoneclipsen en 4 maansverduisteringen of 4 zoneclipsen en 3 maansverduisteringen.